Geschiedenis Algarve

De Feniciërs kwamen zo’n 3000 jaar geleden aan in de Algarve en gevestigden er handelsposten. Later volgden de Carthagers en de Romeinen. Ze legden wegen en paleizen aan, wijngaarden, graanvelden en meer. De resten van deze beschavingen vind je terug in Milreu, de omgeving van Faro.

In 711 arriveerden de Visigoten later de Noord-Afrikaanse Moren. Ze bleven 500 jaar; na die periode kwamen de christenen en zij verwoesten de meeste sporen van die tijd. Veel plaatsnamen in de Algarve komen uit deze tijd. Je kunt de namen herkennen aan de lettergreep ‘al’, zoals in Albufeira, Aljezur en Alcoutim. De Moren noemden de regio waarin zij zich vestigden (ten oosten van Faro naar Sevilla, Spanje) al-Gharb al-Andalus (vertaling: het westerse Andalusie). Dit gebied draagt nu de naam Algarve.

De Reconquista (de christelijke herovering) begon in de 12e eeuw, met het rijke Algarve als het ultieme doel.
Twee eeuwen later vierde de Algarve zijn hoogtijdagen. Prins Hendrik de Zeevaarder koos Sagres als basis voor zijn navigatieschool en bouwde schepen die de Portugese scheepvaart naar een hoger niveau tilde.